Beroepsprofielen 2020

22.07.2014
Herschrijven van beroepsprofielen van verpleegkundigen en verzorgenden

In 2010 heeft de minister van VWS  opdracht gegeven de beroepsprofielen van verpleegkundigen en verzorgenden toekomstbestendig te maken. Een stuurgroep Beroepsprofielen 2020 heeft in maart 2012 de nieuwe concept beroepsprofielen aan de minister aangeboden. De commissie had niet alleen beroepsprofielen herschreven maar ook nieuwe beroepsgroepen gecreëerd en bestaande beroepsgroepen weggelaten. Werknemersorganisaties en werkgeverspartijen hebben tegen deze concept voorstellen geprotesteerd.  In augustus 2014 blijkt dat de concept beroepsprofielen die door de Stuurgroep beroepsprofielen 2020 zijn gepresenteerd, achterhaald zijn en niet meer als zodanig bruikbaar zijn.

Wat was niet goed aan de concept profielen die de stuurgroep had geadviseerd

Zowel werkgevers als NU’91 en de bonden hebben de minister meerdere malen schriftelijk en mondeling laten weten dat de concept profielen niet voldoen aan de behoefte wat de praktijk nodig heeft en onvoldoende toekomstgericht zijn. Bijvoorbeeld:

Standpunt NU’91

Voor NU’91 is één ding het allerbelangrijkste en dat is dat het onderscheid tussen de werkzaamheden en deskundigheid van de mbo- en hbo verpleegkundige beter zichtbaar en benut wordt, in de praktijk van het verplegen. Dit houdt in dat alle verpleegkundigen binnen een team een functiebeschrijving en een functiewaardering dienen te hebben die past bij de individuele deskundigheid. En dat van de ene verpleegkundige iets anders en meer verwacht wordt dan van de andere.  Daar moet de individuele professional ook op aangesproken kunnen worden.

Omdat het niveau van de bachelor verpleegkundige in 2020  zodanig veranderd en hoger zal zijn dan het niveau van de hbo-verpleegkundige nu, zal het makkelijker zijn het onderscheid in het team te maken. De praktijk zal beter dan het tot nu toe gebeurd is, de verschillen zichtbaar maken. De vraag is of de zichtbaarheid van de verschillen  versterkt kunnen worden met verschillende benamingen voor beide beroepsgroepen. Ook voor de zorgvrager is het niet duidelijk wat voor beroepsoefenaar men voor zich heeft, als we blijven doorgaan met beide niveaus verpleegkundige te noemen. NU’91 is van mening dat de deskundigheid van zowel de bachelor verpleegkundige als van de mbo-verpleegkundige moet blijven. Het is nog niet duidelijk of een andere naam voor de mbo-verpleegkundige het verschil in het team en naar de zorgvrager toe   kan verduidelijken.  

Waar staat het onderscheid tussen de mbo- en hbo-verpleegkundige nu beschreven?

Het onderscheid tussen beide beroepsgroepen is in 1996 goed beschreven in “Gekwalificeerd voor de toekomst” kwalificatiestructuur en eindtermen voor Verpleging en Verzorging (Zoetermeer/Rijswijk: Ministerie van OC&W/ministerie van VWS, 1996). Op basis van deze kwalificatiestructuur zijn in 1999 nieuw beroepsprofielen beschreven. Deze eindtermen zijn vertaald in een  opleidingsprofiel Met het oog op de toekomst (NIZW,2001), dat gebruikt wordt op de hbo-v opleiding. Wat er geleerd wordt op de mbo verpleegkunde opleiding staat in het kwalificatiedossier 2012-2013 (Calibris, 2012). Beide opleidingsprofielen geven een goed onderscheid aan voor dit moment. Niet voor de toekomst.

De Wet BIG heeft het onderscheid tussen beide niveaus van verpleegkunde niet overgenomen. Voor de wet is tot nu toe de verpleegkundige een ongedeelde beroepsgroep, die voor het zelfde verantwoordelijk en aansprakelijk zijn.

Het probleem in onderscheid ligt in het onvoldoende benutten van de verschillen

Het probleem is niet dat het onderscheid op papier niet duidelijk is. Het probleem is dat de verschillende competenties die de mbo- en hbo professional leren op de opleiding, niet genoeg bekend zijn in de praktijk van het verplegen. En vervolgens niet optimaal benut worden.

Soms wordt de deskundigheid en het onderscheid van beiden goed benut, maar vaker zie je dat er geen onderscheid gemaakt wordt.  In teams is het niet altijd even duidelijk dat er van de ene verpleegkundige meer en iets anders verwacht mag worden, dan van de andere verpleegkundige.

Wat gebeurt er nu?

Op dit moment staat het proces van ontwikkeling van nieuwe beroepsprofielen stil. Achter de schermen wordt wel hard gewerkt om de ontwikkeling voort te zetten. Het nadeel is echter dat de verschillende partijen nog steeds los van elkaar  bezig zijn met onderdelen die te maken hebben met de ontwikkeling van het verpleegkundig- en verzorgend beroep.

In de week van 18 april 2014 heeft minister Edith Schippers van VWS aan de Tweede Kamer laten weten dat de titel Zorgkundige van de baan is. De mbo-verpleegkundige blijft verpleegkundige heten, valt onder het tuchtrecht en behoudt haar functionele zelfstandigheid voor voorbehouden handelingen. Om toch vanuit de wet het onderscheid tussen beide verpleegkundige beroepen te verduidelijken, heeft de minister aangekondigd in het najaar te willen starten met een wetgevingstraject. Met dit wetgevingstraject wil de minister dat de bachelor verpleegkundige een zelfstandige bevoegdheid tot indiceren krijgt en de mbo-verpleegkundige de functionele zelfstandigheid behoudt zoals het nu beschreven is in de wet BIG artikel 3.

De werkgeverspartijen hebben een onderzoek laten doen naar de kern van de verpleegkundige en verzorgende beroepen.  Met dit rapport willen  werkgevers de voortgang van de ontwikkeling van de beroepsprofielen stimuleren. Als brancheorganisatie willen zij samen met werknemerspartijen en het onderwijs de beroepen, functies en inhoud van opleidingen beschrijven.

Het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV) werkt momenteel aan een opleidingsprofiel bachelor verpleegkunde. Zij maken een opleidingsprofiel, bedenken differentiaties en buigen zich over hoe de praktijk met de nieuwe hbo-verpleegkundige moet omgaan. Het opleidingsprofiel ziet er heel professioneel uit. Echter men heeft geen idee over welke afstudeerrichtingen er moeten komen en hoe het in de praktijk geïmplementeerd moet worden. De samenwerking met de werkgevers en werknemers ontbreekt hier in.

Op 26 juni zijn Monique Kempff (voorzitter NU’91) en Anja Cremers (beleidsmedewerker NU’91) nogmaals op bezoek geweest bij VWS om onze ideeën aan de minister kenbaar te maken. We hebben laten weten dat de aparte activiteiten die op dit moment aan de orde zijn en op stapel staan, verbonden moeten worden. NU’91 wil net als de werkgeverspartijen dat alle partijen samenwerken. Dat de aparte activiteiten verbonden worden zodat er uitwisseling plaatsvindt van kennis die gebruikt kan worden voor de ontwikkeling van de  verpleegkundige en verzorgende beroepen in de toekomst.   We hebben benadrukt dat het onderscheid tussen de mbo en hbo-verpleegkundige op papier steeds duidelijker wordt. Het probleem zit in het op een juiste manier benutten van de competenties op de werkvloer die de verschillende beroepsbeoefenaren hebben. De werknemers- en werkgeverspartijen zullen zich dus ook bezig moeten houden met het proces van het leren benutten van verschillende competenties.  De reactie op het ministerie van VWS was dat de minister niet van plan is om vanuit VWS een landelijke stuurgroep in te richten. Zij legt de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van beroepsprofielen bij de praktijk. Voor NU’91 was dit de aanleiding om onze verantwoordelijkheid te nemen.

NU’91 heeft samen met de VenVN aan de BOZ partijen (Brancheorganisaties Zorg) een uitnodiging gestuurd om zo snel mogelijk met alle partijen rond de tafel te zitten om het verdere traject af te spreken.